- Nieuw project

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

De devotie tot het H. Hart van Jezus vertoont een grote veelzijdigheid. Eén van de aspecten van deze devotie is het eerherstel, dat wellicht de belangrijkste plaats inneemt binnen de H. Hartverering.

Paus Pius XII verklaarde in zijn Encycliek ‘Haurietis Aquas’ (1956): De Kerk is er steeds van overtuigd geweest dat de eigenlijke kern van de H. Hartverering liefde en eerherstel is (no. 56).


Paus Pius XII

De liefde is het voornaamste element van de devotie. De liefde is oorsprong en einddoel van het eerherstel: Christus’ liefde verplicht de mens tot wederliefde.
Sinds het leven van de mystica Margaretha Maria Alacoque (1647-1690) die leefde en werkte in het klooster van de Visitandinnen in het Franse Paray le Monial is aan het eerherstel nog een ander aspect toegevoegd: eerherstel als offer voor de zonde.


Margareta Maria Alacoque,
Altaarmozaïk in de kloosterkerk van Paray le Monial, Frankrijk

Margaretha Maria legde de nadruk op het feit dat iedereen die beseft hoe groot de liefde is die God ons getoond heeft in Jezus Christus, geschokt moet zijn bij het zien van het gebrek aan dankbaarheid voor deze grote gave. Ook wijzelf schieten dikwijls tekort in dankbaarheid. En zo brengt het verlangen om Christus te beminnen ons ertoe te proberen deze zonden goed te maken. Gods eer is beledigd, Zijn liefde is afgewezen, niet beantwoord met wederliefde. Het is gepast dat de eer aan God hersteld wordt: dat er EERHERSTEL wordt gebracht.

Het is de vraag of de mens niet geheel onmachtig is tot het brengen van eerherstel. De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de Kolossenzen: ¬‘Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden en in mijn lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus, ten bate van zijn lichaam, dat is de kerk.’ (Kol. 1,24)
Er ontbreekt helemaal niets aan het verlossingswerk van Christus en tóch is er voor ons nog wat te doen: God heeft de verbreiding van zijn Koninkrijk aan ons overgedragen. Ook het lijden is erbij betrokken. Jezus leed om het Rijk van God te vestigen en ieder die dit werkt voortzet moet delen in dit lijden.
Deze deelname aan Christus’ verlossingswerk in en door Hem eert God en geeft als zodanig eerherstel. Wanneer de verlossing tegengewerkt wordt door gebrek aan medewerking van de mens, wordt God niet de eer gegeven die Hem toekomt. Wanneer wij echter meewerken aan de verlossing – zowel door onszelf te heiligen als door apostolisch werk – zorgen wij er door Gods genade voor dat God de eer gebracht wordt die Hem toekomt. Door dit te doen vullen we Christus’ werk aan, in het bijzonder zijn werk aan het herstel van Gods eer (eerherstel).



De barmhartige Samaritaan

Zo kunnen alle goede werken beschouwd worden als herstel van de zonde, de ongerechtigheid, de liefdeloosheid, de onverschilligheid en nog veel meer dat aan de eer van God tekort doet. Door Gods genade die in ons werkt, kunnen we op vele manieren eerherstel brengen.

Eerherstel is een natuurlijk aspect van elk goed christelijk leven. Margaretha Maria Alacoque beveelt ons aan van eerherstel een speciaal doel te maken. Sinds haar hebben velen dat gedaan. Velen zagen in dat het van belang is steeds meer op Christus te gaan lijken. Ieder die zich ten doel stelt Christus na te volgen en zich realiseert dat de zorg voor de eer van zijn Vader een van de belangrijkste drijfveren van zijn leven was, moet met vreugde gehoor geven aan deze oproep.

Wij hoeven de zonde niet ‘goed te maken’, dat heeft Christus immers al gedaan door zijn lijden en sterven. Eerherstel brengen betekent: onszelf en anderen tot God brengen. Herstellen wat niet volgens Gods wil is en ons geheel aan Hem overgeven. Door zo de vrije instemming van de mens met de verlossing te bewerken, vullen wij het werk van Christus aan.
Dit eerherstel wordt ingeven door de liefde. Daarom kunnen we spreken van ‘eerherstellende liefde’

Paus Pius XI leert ons in de ‘Oefening van Eerherstel’ die hij voorschreef voor het feest van het Heilige Hart en de Eerste Vrijdag: ‘Wij beloven U van harte eerherstel te geven zowel voor onze eigen zonden als voor die van anderen en voor de onverschilligheid ten opzicht van uw overgrote liefde. Dat willen wij doen door een vast geloof, door een reine levenswandel en door een nauwgezette naleving van de voorschriften van het Evangelie, vooral van het gebod van de liefde.’


Paus Pius XI

Wanneer de Paus spreekt over ‘onverschilligheid ten opzichte van de overgrote liefde van Jezus’ dan herinnert hij met name aan de oneer God aangedaan in de Heilige Eucharistie. Vandaar dat de voorkeur van het Apostolaat van Eerherstel bijzonder uitgaat naar het Eucharistisch eerherstel. Daarbij wordt allereerst gedacht aan de viering van de H. Mis waarin we ons verenigen met het eerherstellenden Offer dat Jezus Zelf in naam van alle mensen aan zijn hemelse Vader opdraagt. Daardoor immers brengen wij bij uitstek eerherstel aan het Hart van Jezus zelf. Zijn grootste vreugde is het om de eer van zijn Vader te herstellen door voldoening te brengen voor onze zonden. Daarom zegt Hij: ‘Ik zoek niet mijn eigen eer maar Ik breng eer aan mijn Vader’ (Joh. 8.49-50)

Het eerherstel dat wij zo brengen in de H. Mis moet natuurlijk blijken in ons dagelijks leven dat wij met al zijn lief en leed samen met het Offer van Jezus Christus aan de hemelse Vader aanbieden.

Naast deze vorm van eerherstel zijn ook de aanbidding van het H. Sacrament en het H. Uur voor de leden van het Apostolaat van Eerherstel geliefde oefeningen om eerherstel te geven.


Heilige Faustina Kowalska

Gods eer herstellen houdt ook in: geloven in, vertrouwen op en overgave aan de oneindige Liefde van Zijn Goddelijk Hart die tot uitdrukking komt in Gods barmhartigheid. Daarom is de boodschap die hierover is gedaan aan de Poolse zuster Faustina Kowalska zeer dierbaar aan het Apostolaat van Eerherstel. Vooral sinds de officiële heiligverklaring van deze ‘Apostel van de Goddelijke Barmhartigheid’ zoals Jezus zelf haar noemde, heeft deze boodschap een buitengewoon gehoor gevonden over de hele wereld. En wie heeft Gods barmhartigheid niet nodig?


Heilige Johannes-Paulus II

Paus Johannes Paulus II r.g. heeft door de heiligverklaring van zuster Faustina op 30 april 2000 de gelovigen willen wijzen op haar buitengewone omgang met Christus en op haar aansporingen aan iedereen tot het bidden van de Rozenkrans van de Barmhartigheid.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu